Overweging Vredeszondag 18 september 2011
Jesaja 55, 6-9 en Matteüs 20, 1-16a
Carola van den Heuvel
Geef Vrede Heer geef Vrede,
de aarde wacht zo lang
er wordt zoveel geleden
de mensen zijn zo bang
Dit lied staat vandaag in uw boekje, we zullen het ook zingen.
“Elk mens een veilig bestaan”. En een ministerie van vrede. Het IKV Pax Christie heeft dit als thema gekozen voor de vredesweek van dit jaar. Misschien heeft u de vlag aan de kerk zien wapperen toen u binnen kwam. Volgende week zondag bij de afsluiting van de vredesweek wordt extra aandacht aan VREDE geschonken.
Het zoeken naar Vrede is van alle tijden, het is een rode draad door ons mensenbestaan. Van vrede voor de wereld, in het groot, tot vrede in ons hart, in onszelf. Vrede heeft voor mij te maken met acceptatie dat het niet gaat zoals ik dat wil, dat in het leven niet altijd de zon schijnt, ( hoe toepasselijk he? Haha) dat ondanks je acceptatie toch nog alles anders loopt dan je denkt, je daar toch vrede mee kunt hebben. Dat jijzelf niet aan je eigen verwachtingen kunt voldoen, dat de ander niet aan jouw verwachtingen voldoet en dat ook jij tekort schiet in de ogen van de ander. Mensenlevens zijn vaak zoektochten naar het loslaten van onze verwachtingen en het aanvaarden van de schrille werkelijkheid.
Wat wij willen en wat die ander wil. Als daar veel verschil tussen zit begint de ellende. En aangezien we allemaal verschillende mensen zijn met verschillende mensenwensen, zit de strijd ingebakken in ons mens-zijn.
Dan vragen wij God om vrede en zien wij uit naar Zijn Koninkrijk op aarde. Dat is ons beloofd, dat is ons toegezegd. Verlangend zien wij daar naar uit.
Dat Gods koninkrijk niet naar onze maatstaven zal zijn gebouwd, dat kunnen we ons dan ook wel voorstellen. Intussen doen wij ons best onze maatschappij zo rechtvaardig mogelijk in te richten. Streven we naar sociale gelijkheid. En we zijn tevreden met onze ordening, loon naar werk, ieder zijn deel, en als het tegenzit, in tijden van bezuiniging hanteren we het principe “Last in First out. “.
Juist in Nederland zien we nu dat die sociale rechtvaardigheid door bezuinigingen onder druk komt te staan en steeds verder krimpt.
Hoe kan dan juist het evangelie sociale onrechtvaardigheid prediken? We horen dat de arbeider die de hele dag heeft gewerkt gelijk betaald wordt als de arbeider die maar een uur heeft gewerkt? Als met de dagarbeiders één denarie is afgesproken, dan krijgt de uurwerker minder, of de dagwerker meer. Toch?
De woede dat niet ieder zijn verdiende loon krijgt, geeft uiting aan onze klacht dat het leven onrechtvaardig is. Waarom krijgen zij die maar één uur gewerkt hebben, evenveel als zij die 12 uur in de brandende zon hebben moeten ploeteren? Jezus gaat in de gelijkenis in op dat diep gewortelde gevoel van tekort gedaan zijn.
Herkent u dat gevoel? Dat nare gevoel van tekort hebben.
De denarie in dit verhaal staat symbool voor het eeuwig leven. De hemel heeft maar één betaalmiddel, het eeuwig leven en heeft niet kleiner. Je kunt er geen rechten aan ontlenen, het is geen betaling voor zoveel goeds of compensatie voor zoveel ellende of zoveel werk. Ieder zijn deel en ieder even veel. Voor wie zichzelf als uitgangspunt neemt is dat even wennen. Ben je boos omdat de landeigenaar goed doet? Het gaat om het groter geheel. Niet jouw trossen druiven tellen, die zijn al snel vergeten, wat een formidabel wijnjaar was, dat staat in de boeken. Zelf ken je het geluk dat de Heer jou daar bij nodig had. Dat is genade.
Hoe daar te komen, hoe ons zo tot God te wenden dat we de rijkdom van Gods grote goedheid kunnen inzien en aanvaarden? Terug naar de eerste lezing van Jesaja, waarin we worden opgeroepen de Heer te zoeken nu hij zich laat vinden.
Ook wij mogen ons laten roepen, al dachten we dat we al op de goede weg waren.
Als we nog in ons maag zitten met de onrechtvaardigheid van die ene denarie is hier onze troost: “ uw gedachten zijn nu eenmaal niet mijn gedachten, mijn wegen niet uw wegen. Godsspraak van de Heer. Een prachtige uitspraak volgt : “Zoals de hemel hoog boven de aarde is, zo gaan mijn wegen uw wegen te boven en mijn gedachten uw gedachten”.
God erkent daarmee ons tekortschieten en houdt ons vast in zijn hand.
Als we ons gevoel van tekort kunnen ombuigen in een gevoel van overvloed, dan zouden we ándere mensen zijn. Om overvloed te ervaren moeten we leren ontvankelijk te zijn. Leren ontvangen. Leren zien wat is. Als we ons daarin oefenen door ons af te stemmen op onze innerlijke bron van weten, kunnen we ons verbinden met alles wat er is. Laten we openstaan voor wat er wel is, ons bewust worden van het goede van de aarde en van onze relaties en daarin investeren.
Een ander aspect is dat we onszelf dan ook moeten toestaan om rijk te zijn in de zin dat we het leven mogen ontvangen. Daartoe moeten we in ons lichaam aanwezig zijn om aardse vruchten te plukken. Uit ons hoofd, uit ons piekeren, in ons lichaam gecentreerd om te ervaren, met al onze zintuigen, te ruiken te proeven van de overvloed die de warme contacten van de mensen die met ons verbonden zijn ons bieden. We noemen dit ook wel de Havingness factor, hoeveel sta je jezelf toe om te hebben?
Je hoeft niet zo hard te werken lijkt dit evangelie me te zeggen. Het is er al, het is al goed. Stop met jezelf af te beulen en te buffelen, stop met de werkdruk, in Gods ogen volstaat je bereidheid en je inzet, het feit dat je er bent is genoeg. Geef je over aan wat er is en geniet van Gods genade, van zijn uitnodiging om Hem te zoeken,
Dat zoeken vergt leegte, vergt aandacht en bewustzijn. In die leegte vind ik de ruimte, de creativiteit en de rust om de draad weer op te pakken, me af te stemmen op mijn innerlijke stem die wordt gevoed door onze Vader, die mijn gedachten kent.
Uit de overgave vloeit acceptatie voort, en daaruit Vrede. Vrede met jezelf, vrede met de ander, vrede met de wereld.