Allerbeste lieve familie, goede vrienden en bekenden,
, Alvorens weer een nieuw jaar binnen te gaan wil ik jullie graag nog even ontmoeten, zij het met een elektronische brief; natuurlijk was het beter voor ieder van jullie persoonlijk, maar dat zit er niet meer in. In de loop van dit jaar zijn er storingen ontstaan bij het telecommunicatiebedrijf hier en die zijn blijkbaar permanent, zodat ik nu telkens buitenshuis naar een internetcafé moet en ook niet meer kan skypen. Helaas, wat omslachtig maar het begint al een beetje te wennen. Ik wil jullie allemaal heel goede feestdagen toewensen, Kerstmis en daarna Nieuwjaar, dagen met oude tradities en zoete herinneringen, maar intussen is er natuurlijk heel wat veranderd. In 1983 heb ik Kerstmis en Nieuwjaar voor het laatst nog eens met jullie in Nederland meegevierd. Hoe vieren jullie het nu? Misschien zijn jullie nu minder in de kerk en meer thuis om de warmte van nabijheid en vrede te beleven als kleine eilandjes van hoop in onze wereld waar op heel wat plaatsen ver weg en dichtbij nog veel kou en onvrede bestaat. Kerstmis verzekert ons dat het anders kan en anders wordt, daar staat zelfs hemel voor garant. We horen weer die wonderlijke verhalen van engelen, van Gods liefde op aarde en vrede voor degenen die daar naar hunkeren. Heel veel mensen hebben het geluk daarin te kunnen geloven.
Wat betreft di situatie hier in Papua, hoewel ver van jullie vandaan, maar Nederland heeft er alles mee te maken: misschien horen jullie er af en toe iets over in het Nederlandse nieuws, over de nog steeds gevoerde strijd van de Papua’s om erkenning van hun menselijke waardigheid en rechten. Door allerlei omstandigheden heeft Nederland deze mensen met hun kostbare en prachtige natuur moeten overdragen aan Indonesië of was het meer een uitleveren? Indonesië heeft vanaf het begin in 1963 eigenlijk maar bitter weinig gegeven om de Papua’s zelf maar des te meer om hun bodemrijkdommen. In toenemende mate worden deze mensen gediscrimineerd, onderdrukt, gekwetst en beroofd van hun rijkdommen. Dat houdt geen mens uit, het verzet wordt alsmaar groter. Maar daardoor wordt de houding van Indonesië ook steeds grimmiger, het aantal militairen neemt toe zodat dit Papua-land meer en meer lijkt op bezet- of zelfs oorlogsgebied. De laatste maanden is dat heel erg toegenomen. Begin deze maand verschenen er ineens pantserwagens in de straten van Wamena, hier ver in het binnenland, in de Baliemvallei, waar de bevolking alleen maar pijl en boog heeft. Ik hoorde op het nieuws dat Nederland besloten heeft om geen pantserwagens te verkopen aan Indonesië om niet medeschuldig te zijn aan schendingen van mensenrechten. Op 1 december dit jaar was het 50 jaar geleden dat Nederland de Papuavlag en het Papuavolkslied officieel erkende en het volk onafhankelijkheid beloofde; natuurlijk zijn de mensen dat niet vergeten, maar als iemand die vlag nu vredelievend uitsteekt en laat merken dat hij verlangt naar onafhankelijkheid, los van Indonesië, dan krijgt hij jarenlange gevangenisstraf als hij al niet eerder is gemarteld en vermoord. Gelukkig hebben de bisschoppen van heel Indonesië (en apart van hen ook Protestantse organisaties) kort geleden een felle oproep gedaan aan regering en leger: “Stop dat geweld, verminder het aantal militairen en ga een dialoog aan met de Papua’s”. Ik weet niet of deze oproep veel zal helpen, maar voor de Papua’s was het een enorme steun in de rug en het begint er op te lijken dan meer en meer Indonesiërs gaan inzien dat het Papuaprobleem niet met wapens kan worden opgelost en dat een lange gevangenisstraf geen sympathie voor Indonesië oplevert. Een ander wapen, waar Indonesiërs als oosterlingen heel handig in zijn is verdeeldheid zaaien, mensen of groepen tegen elkaar opzetten; hen moreel kapot maken. Een ingemene tactiek van verdeel en heers. Daartoe formeert het leger onder meer milities die al dan niet met leugens anderen aangeven, die dan zonder pardon worden opgepakt en gruwelijk mishandeld. Tja, het is intriest en helemaal geen verhaal voor onder de kerstboom. Maar gelukkig zijn er ook vrolijke dingen te vertellen. Het katholieke kader in dit gebied, grotendeels door onszelf opgeleid, was de afgelopen drie jaar onderling enorm verdeeld vanwege verkiezingspolitiek, maar deze situatie werd verergerd door toedoen van derden, waardoor er veel haat en nijd ontstond. Dit heeft onze katholieke gemeenschap veel schade en pijn berokkend. Ten einde raad hebben ze mij als oudste gevraagd om samen met een paar oudere leken te proberen om de eenheid te herstellen. We hebben alle betrokkenen eerst allemaal persoonlijk benaderd en toen uit die kontakten bleek dat zij van harte bereid waren om vrede te sluiten, hebben we ze bijeengebracht. Dat is een paar dagen geleden gebeurd en God zij dank met succes. We waren met bijna dertig mensen bij elkaar gedurende twee dagen en alles is eerlijk en goed uitgepraat. Stuk voor stuk heeft iedereen zijn fouten uitgesproken. Gebleken is toen ook dat leden van een speciale legereenheid drie jaar geleden een heel vuile rol hebben gespeeld bij het veroorzaken van die verdeeldheid binnen ons katholieke kader; die hebben toen ook de uitslag van de verkiezingen vervalst en een militair laten winnen. Het was een ontroerende ervaring, zoals deze mensen weer vrede hebben gemaakt. Die bijeenkomst is toen afgesloten met een hartelijke reconciliatieviering, zowel adattelijk alsook liturgisch. En we zijn allemaal eenervaring rijker geworden. Een volgende keer zullen onze mensen zich wel niet meer laten misbruiken en tegen elkaar laten opzetten. Dus toch nog een echt gebeurd kerstverhaal; de wonderen zijn de wereld nog niet uit.
Het Nieuwe Jaar brengt ons nu al goede berichten. Op 12 februari 2012 wordt door de bisschop van Jayapura een ‘monument’ ingezegend ter herinnering aan de komst van de eerste missionarissen in de Baliemvallei, nu ruim 50 jaar geleden, op de plek waar zij destijds een oude legertent opzetten van waaruit de eerste contacten werden gelegd met de bevolking die nog in het stenen tijdperk leefde. Dat monument is een grote kapel in de vorm van een rond sacraal mannenhuis. Tijdens deze plechtigheid zal de eerste Baliem jongeman tot priester worden gewijd. Voor mij persoonlijk zal dat tevens een speciaal cadeau betekenen voor mijn gouden priesterfeest.
Ikzelf maak het nog goed en mag, hoewel officieel gepensioneerd, nog allerlei klusjes opknappen en her en der assisteren in de parochies van de Baliemvallei. In de komende Kerst- en Nieuwjaarsvieringen ga ik voor in parochie Hepuba, een parochie zonder vaste pastoor maar (misschien wel daardoor) met veel eenvoudige en enthousiaste parochianen. Ik wens jullie allemaal nogmaals een zalige Kerstmis en een overgelukkig Nieuw Jaar 2012 toe. Hartelijke groeten
Wamena, Baliemvallei, Papua, 22 December 2011
P. Frans Lieshout, OFM