Een pastoor stelt zich voor…….

Wie ben ik?
Mijn naam is: Hendrik Thomas Maria van Doorn, priester van de kerk van Utrecht.
Enkele feiten uit mijn leven kan ik vermelden: geboren in Utrecht op 15 augustus 1938, lid van een warm, kerkbetrokken, nogal luidruchtige en speelse familie, waar altijd discussies waren en zijn. Wat wil je ook als je een priester (die nog een blauwe maandag andragologie gestudeerd heeft), een socioloog, een lerares, een econoom en een sociaal pedagoog bij elkaar zet? Hardwerken, solidariteit en trouw voerden de boventoon. In 1963 priester gewijd. Daarna enkele jaren kapelaan (Pannerden, Etten, Montfoort)
Nog enkele jaartallen:
1968: moderator van het St.-Bonifatiuscollege in Utrecht.
1981: pastoor van de parochies in Utrecht-Oost.
1989: deken van het dekenaat Salland en bisschoppelijk gedelegeerde voor de oecumene. 2000: Studentenpastor in Utrecht.
Vele jaren ben ik voorzitter geweest van de Utrechtse Stedelijke Raad van Kerken.
2004: half-time priester in de parochies van De Bilt. Voorzitter van de Katholieke Vereniging voor Oecumene, de vroegere St.Willibrordvereniging.
Na bijna acht jaar heb ik afscheid genomen van De Bilt en naar Utrecht verhuisd.
Wat kom ik doen?
Genoeg over me zelf en mijn verleden geschreven. Ik wil liever vooruit kijken. Daar hebt u meer aan.
Met u als katholieken wil ik graag werken aan een levende gemeenschap, waar de eredienst en het gebed centraal staan. Zij vormen het kloppend hart van ieder van de acht kerkgemeenschappen, die de St.Lucasparochie vormen. Voor een christen is die eredienst aan God onlosmakelijk verbonden met de eredienst aan de mensen. Onze katholieke kerk heeft die band altijd trouw bewaard. In het oecumenisch gesprek brengen wij katholieken die sterke band tussen liturgie en leven in als een van onze grootste gaven naast de nadruk op het mondiale karakter van de kerk. Dat is iets om trots op te zijn. Die liefde voor de kerk, sacrament bij uitstek, heilzaam teken van Gods aanwezigheid, wil ik met u versterken. Samen met de drie andere medewerkers in het pastoraat.
Uitdagend kerk zijn
Iedere dag bidden we – vaak meerdere keren – in het Onze Vader: “Uw rijk kome”. Daarmee zeggen we in feite: we gaan niet voor onszelf naar de kerk maar om God. Al biddend beseffen we dat we als Christus-volgelingen een taak hebben om te getuigen in woord en daad van het bevrijdende Evangelie. Daarvoor zijn we als leden van de kerk geroepen om elkaar uit te dagen en te bemoedigen bij het vruchtbaar maken van de grond voor het zaad van het Evangelie. Dat bedoel ik met uitdagend kerk-zijn. Jezus heeft ons veel voorbeelden gegeven. Allereerst natuurlijk in de Bergrede (Matteüs 5-7), maar ook in parabels over de wijngaard des Heren, de werkers van het elfde uur, de wonderbare visvangst, het voeden van een menigte mensen met vijf broden en twee vissen, de barmhartige Samaritaan, de verloren zoon etc.etc.
We lezen ook in het evangelie dat hij op de sabbat naar zijn gewoonte naar de synagoge ging. Ongetwijfeld werd Hij zich daar bewust al luisterend naar de Schrift wat zijn roeping was. Dat zijn boodschap niet overal welkom was weten we maar al te goed. Het kruis is daar een teken van.
Geloven vraagt tijd.
Wij kunnen God niet voorschrijven wat Hij moet doen en we kunnen niets afdwingen. St.Augustinus schreef rond het jaar 400: “Afgezien van hun jurisdictie, wat zijn regeringen anders dan grote roversbenden?” (De Civitate Dei IV,4). Ook aan het begin van de 16de eeuw, toen terecht Reformatiestromingen opkwamen, was het treurig gesteld met de Kerk. Ten tijde van de Franse Revolutie was dat niet veel beter. Toch heeft de Kerk altijd een groot zelfreinigend vermogen gehad. Dat is in onze tijd niet anders.
Het geneesmiddel van de Kerk zijn we zelf: trouw aan het gebed en trouw aan het lezen van de Schriften, trouw aan God en trouw aan de mensen. Ik hoop dat mij een paar jaar gegeven is om met u ‘zelfreinigend’ bezig te zijn in deze parochie.
Moge onze verbondenheid met Christus daarbij sterk zijn.
Henk van Doorn, priester